Vitruvius
Binnenkort is het mogelijk om allerlei actuele persoonlijke informatie, waaronder data van sensoren op of rond het lichaam, beschikbaar te maken voor allrlei applicaties en diensten. De diversiteit aan bronnen is enorm. Zo kunnen deze bedoeld zijn voor gecertificeerde medische onderzoeken, onder begeleiding van professionele hulpverleners, maar ook massa-markt producten zoals versnellingsmeters voor computer games.
Het gebruik van sensor data kan in allerlei fasen van het leven een rol spelen. Een babyfoon kan de emotionele gesteldheid van een baby meten en gebruiken om de baby rustig in slaap te laten vallen. Voor ouderen kunnen sensoren van groot belang zijn voor een waardige oude dag in een veilige thuisomgeving. In de jaren daartussen zijn de toepassingen legio, van het coachen voor sporten, via intensieve computer spelen, tot het medisch volgen in geval van ziekte of chronische aandoeningen.
Deze wijd verbreidde toepassing van zowel fysiologische als emotionele persoonlijke data roepen maatschappelijke vragen op. Het gebruik van medische patiëntgegevens is aan het migreren van hospitaal-centrisch naar patiënt-centrisch. De gegevens zijn bovendien niet alleen van medische aard, maar ook toepasbaar in diensten rond lifestyle en vrijetijdsbesteding. Dergelijke toepassingen zijn al gecentreerd rond de persoon. Wie de eigenaar is van, en wie de toegang heeft tot de informatie, zijn delicate vragen.
Daarnaast zijn er allerlei wetenschappelijke uitdagingen van technische aard met name als gevolg van beperkt stroomverbruik en het gebruik van draadloze technieken. Het VITRUVIUS project (Versatile Interface for TRUstworthy VItal User (oriented) Services) onderzoek de technieken en architecturen die nodig zijn voor dergelijke Body Sensor Netwerken (BSN), en het afhandelen van de data.
Het project zal een aantal kern vragen rond BSNs onderzoeken, zoals:
-
Is de voorziene architectuur toepasbaar wanneer het systeem gelijktijdig toegepast wordt voor lifestyle en sociale diensten?
-
Hoe kunnen nieuwe diensten ontwikkeld worden die gebruik maken van dezelfde sensoren?
-
Waar worden gegevens opgeslagen, centraal of bij de persoon?
Uiteindelijk gaat het erom dat deze nieuwe technieken zeer gebruikersvriendelijk zijn, voor een breed publiek en een brede toepassing.
Sofia

De apparaten in onze omgeving worden steeds slimmer. Niet allen complexe apparaten, maar ook eenvoudige sensoren. Het worden er ook steeds meer. In 2015 hebben we typisch zo'n duizend eenvoudige en complexe apparaten om ons heen, met een enorme diversiteit.
Veel van deze apparaten kunnen communiceren. Dit biedt een uitstekende kans om nieuwe toepassingen mogelijk te maken. Deze slimme omgeving denkt mee, geeft suggesties waar wenselijk of waarschuwingen waar nodig. Een slimme stad houdt bijvoorbeeld zijn eigen conditie in de gaten, en waarschuwt als er ingegrepen moet worden.
Om dit waar te maken zijn nieuwe ontwikkelingen nodig. Apparatuur die kan communiceren kan nog niet vanzelf samenwerken. Ook automatische interpretatie van gegevens is nog een enorm ontwikkelgebied.
Het Europese Sofia project telt meer dan twintig partners. Het bundelt leidende industrieën die deze toekomstige werkelijkheid mede vormgeeft. Sofia werkt aan een Open Innovatie Platform. Dit biedt interoperabiliteit tussen leveranciers en tussen apparaten met de grote diversiteit aan complexiteit. Deze open mogelijkheid tot samenwerking zorgt ervoor dat de persoon centraal komt te staan in plaats van het apparaat.
De concepten van Sofia zijn geschikt voor een groot aantal toepassingen in velerlei omgevingen. Sofia creëert methodologieën en techno-economische structuren voor een drietal omgevingen: de persoonlijke omgeving, de slimme thuisomgeving, en de slimme stad. Sofia demonstreert met scenario's, use cases en een pilot de kracht van de oplossingen voor de realisatie van deze toekomst.
Video:
LOFAR
Radio telescopen bieden astronomen zicht op de verste uithoeken van het heelal. Hoe grote de telescoop hoe gevoeliger, met een groter bereik tot gevolg. De bekende huidige radio telescopen zijn grote schotel antennes. Een 100x grotere telescoop is niet op die manier te realiseren. Door een radicaal andere benadering is LOFAR (LOw Frequency ARray) een radio telescoop met deze veel grotere gevoeligheid.
LOFAR is een astronomische radio telescoop voor observaties tot 250 MHz. Het is uniek in de wereld en maakt gebruik van een array van eenvoudige omni-directionele antennes in plaats van een schotel. De ontvangen signalen worden gedigitaliseerd en gecombineerd in software. LOFAR is dus een IT-telescoop. De grote gevoeligheid ontstaat door een groot aantal antennes over een groot gebied. Het volledige LOFAR ontwerp bevat 25000 antennes verspreid over een gebied met een radius van 350 km. De tera-bits/sec aan data worden verstuurd naar een supercomputer die op tientallen tera-flops draait.
Naast astronomische waarnemingen biedt de LOFAR infrastructuur ook ontsluiting aan sensoren voor geofysisch onderzoek en precisie landbouw. WMC voerde en voert meerdere activiteiten uit in systeem ontwerp en uitrol van LOFAR.
Smart Surroundings
Door de verregaande minituarisering van elektronica hebben mensen steeds meer apparatuur om zich heen. Wat een paar jaar geleden nog maar net in een flinke PC paste zit nu in eenvoudige apparaten. Veelal kopen we de apparatuur los van elkaar voor de individuele functies, en vaak zitten er nog veel meer functies in de apparaten dan we daadwerkelijk gebruiken. Het combineren van de functies van verschillende apparaten biedt een enorme potentie voor slimme toepassingen. Smart Surroundings realiseert oplossingen waarin deze veelheid aan apparatuur samen van toegevoegde waarde zijn voor mensen in hun leef of werkomgeving.
Om apparatuur samen te laten werken ten behoeve van de gebruiker is het o.a. van belang dat de apparatuur op een eenvoudige en veilige manier aan elkaar te koppelen is. WMC richt zich in dit project met name op de communicatie tussen de apparatuur. Daarbij gaat de aandacht uit naar de vorming en het onderhouden van een netwerk, en hoe dit eenvoudig en veilig kan.
HideNets
Onderweg in de auto hebben mensen behoefte aan verschillende soorten informatie. Deels gaat dit over het verkeer, en deel over andere dingen die niets met het feitelijke autorijden te maken hebben. HideNets richt zich op verkeers gerelateerde informatie. Dit type informatie kan afkomstig zijn van de wegbeheerder of van mede weggebruikers. Aangezien de informatie van invloed is op de verkeersveiligheid is de betrouwbaarheid van de communicatie cruciaal.
Het gaat ondermeer om communicatie tussen voertuigen. Sensoren van het ene voertuig geven een beoordeling van de conditie van de weg door aan andere voertuigen. Aangezien deze communicatie zonder infrastructuur plaats kan vinden is hier de uitdaging voor een betrouwbare communicatie extra groot.
Het Europese HideNets (HIghly DEpendable ip-based NETworks and Services) project bouwt aan oplossingen met zeer hoge betrouwbaarheid. De oplossingen gericht op systemen met en zonder infrastructuur. WMC realiseert een prototype waarin de ad-hoc communicatie tussen voertuigen betrouwbaar plaatsvindt.




